Thursday, June 4th 2020

Het is alweer even geleden dat ik hier iets schreef. De makkelijkste verklaring zou het Corona-virus zijn, maar als ik heel eerlijk ben dan lag het toch meer aan mijn eigen uitstelgedrag. Oké en een klein beetje Corona dan.

Inmiddels heb ik mijn handen weer iets meer vrij, omdat mijn kleine man vier is geworden en hij al een paar halve dagen naar school mocht. Vandaag is hij voor het eerst een hele dag, en met al die vrije tijd dacht ik, laat ik weer eens een blog schrijven!

Eigenlijk wilde ik vandaag aan mijn boek werken. Ik word namelijk best wel zenuwachtig van het idee dat dat halve ding nog geschreven moet worden. De ideeën en inspiratie tollen soms door mijn hoofd op momenten dat ik er net helemaal niets mee kan. Maar precies vandaag, nu ik tijd heb, en er vanochtend voor ging zitten… kwam er niets.

Terwijl ik dit tik, staart het document ‘boek’ me aan vanaf het andere tabje. Mijn ogen gaan er telkens heen en iedere keer voel ik weer een beetje teleurstelling, omdat het daar vandaag zo leeg blijft. En op de één of andere manier kan ik daar helemaal geen vrede mee hebben, ik MÓET nu productief zijn, want nú heb ik tijd en vanmiddag niet meer!

Met elke minuut die voorbij tikt zonder dat mijn toetsenbord dat doet, word ik bozer op mezelf. Hoe komt het toch dat de woorden de ene dag over het scherm vliegen en er de volgende dag niets komt? Ligt het aan wat ik heb gegeten? Hoe ik heb geslapen? Waarover ik heb gedroomd? Of liggen de wortels van de inspiratie van vandaag al bij gisteren?

Op die vragen heb ik nog geen antwoord. Wat ik in ieder geval wél weet, is dat het weinig zin heeft om achter mijn laptop te blijven zitten nagelbijten van frustratie. De inspiratie daalt niet ineens op mij neer alleen maar omdat ik dat wil. Hoe jammer ik het ook vind dat ik het niet kan afdwingen, ik zal met het proces mee moeten bewegen en moeten gaan uitvinden wat ik zelf kan doen om een beetje inspiratie op te wekken. En om daar achter te komen zal ik dingen moeten gaan uitproberen.

Ik heb een paar keer gedacht dat ik dit blog moest weggooien. Want als ik al geen inspiratie had voor het boek, dan al helemaal niet voor een blog. Maar zo zie je maar, de twee zijn niet hetzelfde, en als ik in de één lekker kan klagen over de ander, kom ik op die manier wel weer tot nieuwe inzichten. Daarom klap ik nu de laptop lekker dicht en ga ik een stuk hardlopen. Zien we daarna wel weer even hoe het is met de inspiratie 🙂

Tuesday, February 18th 2020

#3

Hallo! Wat geweldig dat je met mij meeleest. Ik weet, jullie zijn nog maar met een handjevol. Maar ik heb inmiddels geleerd dat goede dingen tijd nodig hebben. Dus van mijn kant geen haast, geen druk, geen zenuwen. Gewoon een volgend blog over wat mij bezighoudt. Depressie, dit keer.

Ik had belóófd om over Depressie te bloggen. Mijn Depressie, om specifiek te zijn. Ook wel De Depressie. En ja ik schrijf Depressie met een hoofdletter D omdat ik een vreemd, angstig soort ontzag voor hem heb ontwikkeld. En ja ik noem hem ‘hem’, omdat het zo’n hardvochtig ding is dat het in mijn ogen van z’n levensdagen nooit een vrouw zou kunnen zijn.

Ze zeggen dat je nooit helemaal van een Depressie af komt. Dat het altijd een beetje op de loer zal blijven liggen. Waarschijnlijk heb ik er aanleg voor. Toen ik dat laatste hoorde, vielen er een heleboel puzzelstukjes op z’n plaats. Ik heb altijd wel gevoeld dat ik wat zwaarder op de hand kon zijn dan andere mensen. Iets wat ik overigens lang heb weggezet als ‘gevoeliger’ of ’emotioneler’. Wat ook waar is. Maar vaak wel met een negatief tintje.

Inmiddels weet ik dat vorig jaar niet de eerste keer was dat ik depressief was. Ik had al vaker iets ‘donkerder’ dan gemiddelde fases doorgemaakt. Alleen voorheen werd dat meestal vanzelf weer beter met voldoende rust. Dan trok ik me lekker terug van de buitenwereld totdat ik weer wat opgeknapt was. Maar die vlieger gaat helaas niet meer op als je moeder bent. En een huis verbouwt. En net een nieuwe baan hebt. En tijdelijk bij je schoonmoeder woont. Joe!

Deze omgevingsfactoren waren niet optimaal, en kúnnen bijdragen aan een Depressie. Maar toch wordt niet iedereen die in zo’n situatie zit, depressief. Hier heb ik heel veel, vaak en lang over nagedacht. En inmiddels ben ik er wel achter waarom ik vorig jaar ben ingestort, en waarom een ander zich er misschien wél doorheen geslagen zou hebben.

Het zou te kort door de bocht zijn om één factor te bestempelen als de boosdoener van een Depressie. Mensen zijn complexe wezens en hoe wij de wereld om ons heen ervaren, hoe wij denken, voelen, en mentaal gezond of ongezond kunnen zijn, vind ik al helemaal raadselachtig. Toch kan ik na een jaar lang ‘werken aan mezelf’ wel met jullie delen wat in míjn geval had kunnen helpen. En waarvan ik hoop dat ik het inmiddels een beetje geleerd heb zodat ik het een volgende keer kan gebruiken.

Toen ik met de psycholoog aan de hand, terugkeek op de afgelopen jaren (thank god for reflectie! En ja god met kleine g), konden wij al snel concluderen dat ik er nogal een handje van had om weg te rennen van mijn problemen. Dat bleek uit het aantal relaties dat ik had verbroken, de confrontaties die ik uit de weg was gegaan, de jobs die ik had gehopt, en de stelselmatige afzondering van alles en iedereen. Mijn methode was altijd wegrennen, verstoppen, de storm laten overwaaien. En hoewel dat voor m’n gevoel altijd prima werkte, heb ik op die manier wel jaren stilgestaan. Ik leerde niets, dealde nergens mee, en groeide niet. Dus toen ik volwassen werd, en ineens een kind, een huis en een serieuze relatie had (niet in die volgorde trouwens), kon ik me niet meer verstoppen voor de uitdagingen die het leven bood. Ik kon niet meer wegrennen. Ik kon me niet meer afsluiten van de rest. En toen kwam dus de crash. Kortsluiting. En er was letterlijk een reboot van mijn systeem nodig.

Tel daarbij op een aantal onverwerkte jeugdtrauma’s (want: daar ben ik ook altijd voor weggerend), en zie daar een een redelijk perfecte voedingsbodem voor een inzinking. Achteraf gezien snap ik het allemaal wel. Maar ik wilde dat ik toen de dingen wist die ik nu weet. Ik zou het liefst terug in de tijd gaan en tegen mijn eigen huilende ik willen zeggen: je bent geen faalhaas! Je hebt gewoon wat achterstallig werk te verzetten! En het komt goed!

Maar zo makkelijk is het natuurlijk niet. En ergens is het goed dat ik niet terug in de tijd kan om mezelf dat te vertellen. Want als ik dat zou doen, zou ik mezelf de kans ontnemen (of hebben ontnomen, want dan is het al geweest ;)) om dit op mijn eigen houtje te ontdekken. En laat dat nou precies zijn wat ik nodig gehad heb het afgelopen jaar. Ik heb dingen the hard way moeten leren. Ik moest bij 0 beginnen en mezelf helemaal opnieuw opbouwen. Ik heb op m’n bek moeten gaan en weer overeind moeten komen, en dat 100 keer. Zodat ik kon leren. Leren hoe het leven werkt. Dat het leven ups is maar ook downs. En dat het leven mooi is maar soms ook k*t. Maar dat alles er helemaal bij hoort en dat ook de negatieve dingen er zijn om je iets te leren.

Mijn Depressie heeft mij heel veel geleerd over mezelf. Ik weet nu van mezelf hoe ik jarenlang dingen heb aangepakt, en hoe dat uiteindelijk heeft uitgepakt. Ik weet nu beter dat bepaald gedrag een bepaalde uitkomst heeft. Ik ben me bewuster geworden van de dingen die ik doe. Ik voel dat ik mezelf iets beter heb leren kennen en dat ik voor het eerst een idee heb van wie ik ben en wat ik kan betekenen. Natuurlijk had ik het liever anders gezien, maar ik ben Mijn Depressie op een rare manier ook heel erg dankbaar.

Ik ben nog volop bezig met het het ontdekken van wie ik ben. Veel gaat gepaard met het uitpluizen van de jeugdtrauma’s die uiteraard verband houden met waar ik in mijn eerste twee blogs over schreef. Maar het leren ‘dealen met het leven’ is één les die ik nu al zo waardevol vind, dat ik er dagelijks profijt van heb. En ik kan dus echt niet wachten op al die andere lessen die ik de komende tijd nog ga leren. Ik hou jullie op de hoogte.

Thursday, February 6th 2020

# 2

Omdat dit pas mijn tweede blog is, heb ik besloten dat ik er nog mee wegkom als ik mijn blogs gewoon nummer. Makkelijk, overzichtelijk, een tikkeltje inspiratieloos maar voor nu helemaal prima.

In mijn eerste blog deelde ik een link naar een nieuwsartikel op Nu.nl over hét onderwerp dat mij op dit moment nogal bezighoudt: Jehovah’s Getuigen. Het artikel ging over een onderzoek naar afhandeling van (kinder)misbruikzaken binnen de geloofsgemeenschap van Jehovah’s Getuigen, en het feit dat de Getuigen wilden proberen publicatie van het betreffende rapport tegen te houden. Als ex-lid en slachtoffer van de rampzalige afhandeling van een misbruikzaak, was ik natuurlijk razend benieuwd hoe dit af zou lopen. Inmiddels heeft de rechter geheel terecht besloten dat het rapport openbaar mocht worden. De belangrijkste punten uit het rapport vind je HIER.

Veel mensen vroegen zich de afgelopen twee weken (terecht) af: waarom zoveel verzet? Waarom wilden Jehovah’s Getuigen niet vrijwillig meewerken, en waarom voelen ze zich zo aangevallen? Zelf hebben ze het woord ‘hetze’ in de mond genomen, en proberen ze dit hele verhaal neer te zetten alsof een groepje mensen hen zonder enige reden, zwart probeert te maken. Waarom zouden we dat doen? Ik zeg maar even ‘we’ want ik heb uiteraard ook meegewerkt aan het misbruikonderzoek. Ik kan echt geen één reden bedenken! Bovendien vind ik dat als je het woord ‘hetze’ in de mond durft te nemen als het om zoiets als beschuldigingen van kindermisbruik gaat, je niet helemaal begrijpt hoe de wereld werkt. Nu komt dat niet echt als een verassing want inderdaad, zij begrijpen niet hoe de wereld werkt.

Don’t get me wrong, ik heb genoeg boosheid in me om de organisatie, of enkele individuen op z’n minst, zwart te willen maken. En als ik dat zou willen doen, vind ik ook nog dat dat mijn goed recht zou zijn. Maar gelukkig voor hen (en voor mezelf) ben ik geen haatdragend persoon en weet ik inmiddels dat je met liefde en geduld veel verder komt dan met boosheid of wrok. Dus zwart maken, nee, daar bedank ik voor. Wel ben ik een voorstander van waarheid, échte waarheid. En die mag van mij altijd boven tafel komen. Móet, boven tafel komen. Want elk kind dat moet meemaken wat ik heb meegemaakt, is er één teveel.

Eén van de aanbevelingen uit het rapport is het oprichten van een meldpunt ‘seksueel misbruik’ binnen de gemeenschap. Minister Dekker gaat hierover in gesprek met het bestuur. Allereerst vind ik het fantastisch dat er aandacht is gekomen voor dit onderwerp van buitenaf. Ook zou het super zijn als dit meldpunt er komt en het ook nog eens het gewenste effect blijkt te hebben. Helaas is er één ding dat in dit hele verhaal over het hoofd gezien wordt door de onderzoekers, en ook door de Minister. En dat is de macht die de geestelijke leiders binnen deze gemeenschap hebben, en uitoefenen. Kinderen, jongeren, en volwassenen worden gehersenspoeld om te geloven dat élke bemoeienis van buitenaf met de Jehovah’s Getuigen, een rechtstreekse aanval van Satan de Duivel is. Een aanval op het enige ware geloof, om de volgelingen van God aan het twijfelen te brengen. Ik begrijp ineens helemaal waar ze het idee vandaan halen dat dit een hetze zou zijn. Het is het idee dat ze zelf gecreëerd hebben en in stand houden.

Op dit moment, as we speak, zijn er dus gewoon kinderen in Nederland die misbruikslachtoffer zijn binnen die gemeenschap en er nog in (moeten) leven. Die zijn er. Bovenop alle shit waar ze mee moeten dealen, maken ze nu ook nog eens mee dat ‘hun’ onderwerp het gesprek van de dag is. Als de dood om tegen de omgeving te vertellen dat ze er zelf middenin zitten, horen ze van de geestelijke leiders waar ze zo tegenop kijken, ook nog eens dat het om een ‘hetze’ gaat tegen het enige ware geloof van God.

Ik weet dat het voor de meesten een ver-van-je-bed-show is, maar moet je eens indenken dat je een kind bent en je hier midden in zit. In wat voor mindfuck je dan zit. Dat de personen waar je al je hele leven tegenop kijkt, de boodschappers van God, tegen je zeggen dat de aandacht die er nu geschonken wordt aan het misbruik (jóuw misbruik!), niet meer is dan een lastercampagne. En dat ze zelf niet hebben willen meewerken aan het onderzoek en zich dus eigenlijk niet écht heel erg om jou bekommeren. Je bent wel een slachtoffer maar de mannen van God zeggen dat het geen extra aandacht verdient. En zo wordt het ergste wat je ooit hebt moeten meemaken, ineens op een hele verknipte manier een onderdeeltje van het grotere spel tussen God en de Duivel. En dan doet het er dus eigenlijk helemaal niet toe dat je voelt wat je voelt. En weet je wat je te doen staat: je kaken nog stijver op elkaar houden. Want meewerken aan een lastercampagne tegen God, dat nooit. De gevoelens gaan weer het archief in. Ergens wringt de schoen wel, maar je slikt het omdat je de weg naar buiten ook niet helemaal weet.

Al zou het meldpunt er komen, wat ik ten zeerste betwijfel gezien de terughoudende houding van het bestuur tot nu toe, dan zullen alle Jehovah’s Getuigen weten dat het meldpunt is afgedwongen door de ‘wereld’ en onderdeel is van een lastercampagne. Een rechtstreekse aanval van de Duivel op Gods schaapjes. Ik vrees dus dat zo’n maatregel niet het gewenste effect gaat hebben.

Mijn suggestie zou daarom een andere aanpak zijn. Ik zou liever zien dat het probleem bij de wortel aangepakt wordt. Want op dit moment worden er zo’n 30.000 Jehovah’s Getuigen in Nederland meerdere keren per week gevoerd met de boodschap dat de wereld (ja, ook jij) slecht is. En wordt van ze verwacht dat ze er alles aan doen om zich afzijdig van de rest van de wereld te houden, alles uit angst voor ‘besmetting’ met slechte eigenschappen, en met als doel het ‘schoonhouden van de Gemeente’. Ze mogen dan wel prediken niet te discrimineren op basis van etniciteit (applaus), op zo’n beetje elk ander onderwerp die je maar kunt bedenken, doen ze dat dus wel. Als je niet één van hen bent, ben je een gevaar en moet je gemeden worden. TENZIJ je over het geloof wil praten en er een kans bestaat dat ze je kunnen bekeren. Dan ben je interessant materiaal.

Ik vraag mij oprecht af of er nog plek is voor dit soort omgangsdiscriminatie in de huidige maatschappij. Minister Dekker heeft in 2019 een wetsvoorstel ingediend waarmee hij extremistische groepen makkelijker wil kunnen verbieden. Ik zou graag eens een kop koffie met hem drinken om samen de definitie van ‘extremistisch’ te verkennen.

Tuesday, January 21st 2020

#1

LINK NAAR ARTIKEL: Jehovah’s Getuigen spannen kort geding aan om publicatie misbruikrapport te voorkomen

Toen mijn blogsite vandaag eindelijk opgeleverd werd, had ik mijn eerste blogpost al helemaal klaar voor publicatie. Ik twijfelde alleen nog over een paar kleine details, en ik besloot dat er volgende week wel ergens een goed moment zou komen om die fantastische introductie over mezelf de wereld in te slingeren. Uitstelgedrag? Een beetje. Want faalangst? Ja. Maar toen, precies vandaag, kwam bovenstaand nieuwsbericht naar buiten. En ik realiseerde me onmiddellijk dat ik niet anders kon dan mijn allereerste blogpost OOIT, te herschrijven.

Er zijn namelijk een paar dingen die jullie van me moeten weten:

  1. Ik ben opgegroeid binnen de (gesloten) gemeenschap van Jehovah’s Getuigen
  2. Op mijn negentiende heb ik huis, haard, vrienden, familie en mijn hele wereld achter me gelaten om een nieuw leven te starten, vrij van religieuze indoctrinatie
  3. De jaren die daarop volgden, waren op z’n zachtst gezegd turbulent
  4. Precies een jaar geleden belandde ik in de zoveelste, maar dit keer allesvernietigende depressie
  5. Ik heb er een jaar over gedaan om op te krabbelen, en ik ben sterker dan ooit
  6. Voor het eerst in mijn leven weet ik wat me te doen staat, en dat is het gevecht aangaan met deze gevaarlijke organisatie, want:
  7. In mijn kindertijd ben ik herhaaldelijk seksueel misbruikt door een vooraanstaand lid binnen een gemeente van Jehovah’s Getuigen, en:
  8. Toen dit aan het licht kwam, mocht ik dit van de religieuze leiders met niemand bespreken, en ook geen aangifte doen.
  9. DIT MAG NIET MEER GEBEUREN.

Ik ´blogde’ al een tijdje op Instagram over mijn weg naar herstel en het beter worden na een depressie. Het besluit om over te stappen op een ‘echt’ blog nam ik omdat ik over dit onderwerp nog uitgebreider wilde gaan schrijven. Ook werk ik al een tijdje (zo’n 12 jaar om precies te zijn) aan een boek over mijn verleden, over het geloof waarin ik ben opgevoed en wat dat allemaal voor gevolgen heeft gehad. En ook het proces van het schrijven (en afronden!) van dit boek wilde ik graag wat meer in detail kunnen delen. Kortom: ik vond zelf dat ik redelijk wat materiaal had om over te bloggen. En ik was er meer dan klaar voor. Ik zocht alleen nog naar het juiste moment om te starten. Wat mij betreft hadden de Jehovah’s Getuigen daarom geen beter moment kunnen uitkiezen om dit kort geding aan te spannen. Ik zeg: zeer veel dank voor deze passende introductie voor mijn blog. Als God tóch nog bestaat en hij doet aan zoiets als cues, dan was dit vandaag zeker weten de mijne.

Stay tuned.

instagram

follow along @